Ruim vier jaar na de nucleaire ramp in Fukushima blijft de uraniumindustrie in diepe crisis. Ondanks de positieve langetermijnvooruitzichten blijft het wachten op een substantieel herstel van de uraniumprijzen. Na het dieptepunt van de spotprijs vorige zomer van 28 USD per pound was er een tussentijds herstel tot 44 USD eind 2014, om sindsdien te fluctueren tussen 35 en 40 USD (momenteel 37 USD). Dat is een veel te laag prijsniveau om nieuwe investeringen aan te trekken, want daarvoor zijn prijzen van minstens 75 USD nodig. Alle voorspellingen wijzen op een structureel deficit in de uraniummarkt vanaf 2020, dankzij een structureel stijgende vraag door de bouwplannen van nieuwe centrales, vooral in Azië, Rusland en het Midden-Oosten.
...

Ruim vier jaar na de nucleaire ramp in Fukushima blijft de uraniumindustrie in diepe crisis. Ondanks de positieve langetermijnvooruitzichten blijft het wachten op een substantieel herstel van de uraniumprijzen. Na het dieptepunt van de spotprijs vorige zomer van 28 USD per pound was er een tussentijds herstel tot 44 USD eind 2014, om sindsdien te fluctueren tussen 35 en 40 USD (momenteel 37 USD). Dat is een veel te laag prijsniveau om nieuwe investeringen aan te trekken, want daarvoor zijn prijzen van minstens 75 USD nodig. Alle voorspellingen wijzen op een structureel deficit in de uraniummarkt vanaf 2020, dankzij een structureel stijgende vraag door de bouwplannen van nieuwe centrales, vooral in Azië, Rusland en het Midden-Oosten. Een belangrijk gegeven in het haperende prijsherstel op kortere termijn blijft het heel langzame goedkeuringsproces voor de heropstart van de eerste kerncentrales in Japan. Maar met de geplande heropstart van Sendai 1 en 2, respectievelijk in augustus en oktober, is het eindelijk zover. Bovendien voorziet een recent ontwerpplan van het Japanse ministerie van Economie, Handel en Industrie in 20 à 22% van de electriciteitsvoorziening afkomstig van kernenergie tegen 2030. Dat impliceert op termijn een heropstart van alle 44 beschikbare kerncentrales. We spelen in op het onvermijdelijke prijsherstel via Uranium Participation Corp, een bedrijf met als doel meerwaarde te creëren door het op lange termijn investeren in fysiek uranium. We verkrijgen daarmee de gewenste blootstelling aan de evolutie van de uraniumprijs, zonder de traditionele mijnbouwrisico's. De korting op de intrinsieke waarde (NAV) van 12,8% eind maart is eind mei geslonken tot 5,5% (koers van het aandeel was 5,37 CAD en de NAV bedroeg 5,68 CAD). Er loopt tot november een inkoopprogramma voor maximaal 7,5 miljoen aandelen (6,42% van het totaal), waarvan tot nog toe 356.500 aandelen werden ingekocht en geschrapt. De korting op de NAV wijst op een zwak beleggersappetijt voor de sector, maar dat is een element dat typisch omkeert als het sentiment ten goede draait. In de periode 2005 tot 2007, een periode waarin de uraniumprijzen fors stegen, noteerde Uranium Participation met een premie tegenover de NAV van 20% tot zelfs 50%. We wachten geduldig af en houden onze positie in Uranium Participation stevig vast (rating 1B). Ik heb mijn aandelen van SQM niet verkocht. Wat is de laatste stand van zaken?We slikten in maart in enkele weken een pijnlijk verlies op onze investering in Sociedad Quimica y Minera de Chile (SQM), vrij vertaald het Chemie- en Mineralenbedrijf van Chili. We namen die drastische beslissing na het totaal onverwachte nieuws dat tegen SQM een onderzoek wordt opgestart naar illegale partijfinanciering aan de rechtse UDI-partij in 2009. Dat onderzoek leidde intussen ook tot een fiscaal onderzoek. Dat het menens was, bleek meteen uit de beslissing van hoofdaandeelhouder Potash Corp (32% van het kapitaal) om zijn drie vertegenwoordigers in de raad van bestuur ontslag te doen nemen. Patricio Contesse, die CEO is sinds 1990, nam ontslag, maar de markt raakte slechts gekalmeerd toen ook de grootste aandeelhouder, Julio Ponce, opstapte als voorzitter van de raad van bestuur, een positie die hij sinds 1987 bekleedde. Potash stelde daarop drie nieuwe bestuursleden voor, waarvan twee specialisten in corporate governance. Dat zorgde in april voor een opluchtingsrally, die echter tot stilstand kwam na slechter dan verwachte resultaten over het eerste kwartaal. De groepsomzet daalde tegenover het eerste kwartaal vorig jaar met 21,1%, tot 387,5 miljoen USD, dankzij een omzetdaling in alle afdelingen: SPN (gespecialiseerde plantenvoeding) -25%, tot 143 miljoen USD, potash -42%, tot 88 miljoen USD, jodium -19%, tot 73 miljoen USD en lithium -7%, tot 48 miljoen USD. Dankzij doorgedreven besparingen steeg de bedrijfskasstroommarge (ebitda-marge) evenwel naar 45,7%, tegenover 35,7% vorig jaar en 35,4% op jaarbasis in 2014 (het laagste cijfer sinds 2007). Toen kort daarop Potash Corp aangaf de participatie in SQM als niet-strategisch te beschouwen, zette het aandeel een nieuwe daling in, die vorige week fors versnelde na nieuwe aantijgingen tegen SQM. Het Chileense overheidsagentschap Corfo, verantwoordelijk voor het verlenen van mijnlicenties, beschuldigt SQM van frauduleuze handelspraktijken en dreigt ermee de mijnlicentie van SQM in de noordelijke provincie Atacama Salt Desert - goed voor 40% van de omzet - voortijdig te beëindigen. We zien het niet zover komen, maar het nieuws noopt wel tot extra voorzichtigheid.SQM noteert heel goedkoop, tegen nauwelijks 13 keer de verwachte winst 2015 en 8,4 keer de verhouding tussen de ondernemingswaarde (ev) en de verwachte bedrijfskasstroom (ebitda) voor 2015. In afwachting van meer duidelijkheid over alle aantijgingen is SQM te behouden (rating 2B).