Het zijn geen vrolijke tijden voor de aandeelhouders van Transocean,de wereldmarktleider in de verhuur van olieboorinstallaties. Na het dieptepunt van 6,19 dollar eind vorig jaar volgde een herstelrally die eind april strandde op 9,65 dollar. Sindsdien is het aandeel ruimschoots gehalveerd. De aandelenkoersen van concurrenten zoals Seadrill, Noble Corp, Diamond Offshore Drilling en Valaris ondergingen minstens een even grote afstraffing, maar het is duidelijk dat Transocean almaar minder ontsnapt aan de negatieve draaikolk die de sector sinds 2014 in een wurggreep houdt.
...

Het zijn geen vrolijke tijden voor de aandeelhouders van Transocean,de wereldmarktleider in de verhuur van olieboorinstallaties. Na het dieptepunt van 6,19 dollar eind vorig jaar volgde een herstelrally die eind april strandde op 9,65 dollar. Sindsdien is het aandeel ruimschoots gehalveerd. De aandelenkoersen van concurrenten zoals Seadrill, Noble Corp, Diamond Offshore Drilling en Valaris ondergingen minstens een even grote afstraffing, maar het is duidelijk dat Transocean almaar minder ontsnapt aan de negatieve draaikolk die de sector sinds 2014 in een wurggreep houdt. De harde realiteit is dat vijf jaar na het begin van de crisis de kernproblemen nog steeds onvoldoende zijn opgelost. Vooreerst is er de structurele overcapaciteit. In het tweedekwartaalrapport rapporteerde Transocean een bezettingsgraad van 56 procent, in lijn met het sectorgemiddelde, maar veel te laag voor enige prijszettingskracht voor de verhuurders. Na de periode 2015 tot 2017, waarin heel wat installaties werden geschrapt, is de afslanking stilgevallen. Heel wat bedrijven werden door de te hoge schuldenlast volledig geherkaptiliseerd, maar de meeste activa (olieboorinstallaties) bleven op de markt, weliswaar ten koste van een volledige waardevernietiging voor de bestaande aandeelhouders, zoals we onder meer bij Seadrill en Fred Olsen zagen. De sombere voorspelling luidt dat de bezettingsgraad in de offshoresector tegen 2023 nauwelijks boven 60 procent zal komen. De investeringen door de oliemajors in de sector bedragen, ondanks herstel tegenover 2015-2016, nauwelijks de helft van het gemiddelde over de periode voor 2014. Gekoppeld aan de overcapaciteit beperkt dat het herstelpotentieel van de verhuurtarieven, die structureel verlieslatend zijn. Transocean ontsnapte als een van de sterkste spelers tot nog toe aan een herstructurering, maar beleggers maken zich toenemend zorgen over de hoge schuldgraad. De overnames van Songa Offshore en Ocean Rig verhoogden de nettoschuld tot 7,5 miljard dollar eind juni, of een hoge 8,1 keer de verwachte bedrijfskasstroom (ebitda) 2019. Inclusief beschikbare kredietfaciliteiten zal de liquiditeitspositie van 3,6 miljard dollar eind juni tegen eind 2021 afkalven tot 1 à 1,2 miljard. Dat cijfer houdt rekening met de cumulatieve inkomsten van 5,9 miljard dollar tegen eind 2021, afkomstig van het orderboek dat eind juli 11,4 miljard bedroeg. De jongste zeven maanden werden voor nauwelijks 530 miljoen dollar nieuwe contracten afgesloten. De verhuurtarieven stijgen licht, maar het verwachte verdere herstel schuift steeds verder op en is onvoldoende om structureel winstgevend te worden. Na 2021 vervalt het grootste gedeelte van de 10 miljard dollar brutoschuld en tegen dan moet de situatie aanzienlijk verbeterd zijn. We herhalen nadrukkelijker het advies van in maart om herstelrally's te gebruiken om posities te verkopen en verlagen, gezien de toegenomen onzekerheden, het advies naar 'verkopen' (rating 3C).