Ook in de opwaartse beurscyclus sinds 2009 heeft Wall Street zich meer dan bevestigd als leidende wereldbeurs. Maar nu we vlak voor de aanvang van het laatste kwartaal van 2015 staan, mogen we stilaan besluiten dat de beurs van New York dit jaar niet meer leidt, maar lijdt. Mogelijk krijgen we dit jaar zelfs het zwakste beursjaar sinds 2008. Er zal een goed laatste kwartaal nodig zijn om rode cijfers te vermijden. Voorlopig staat de Standard & Poor's500-index ruim 5% in het rood.
...

Ook in de opwaartse beurscyclus sinds 2009 heeft Wall Street zich meer dan bevestigd als leidende wereldbeurs. Maar nu we vlak voor de aanvang van het laatste kwartaal van 2015 staan, mogen we stilaan besluiten dat de beurs van New York dit jaar niet meer leidt, maar lijdt. Mogelijk krijgen we dit jaar zelfs het zwakste beursjaar sinds 2008. Er zal een goed laatste kwartaal nodig zijn om rode cijfers te vermijden. Voorlopig staat de Standard & Poor's500-index ruim 5% in het rood. Uitgesloten is dat uiteraard niet. Het besluit van de Federal Reserve om het nulrentebeleid nog maar eens te verlengen, werd niet op applaus onthaald. Dat betekent nog niet dat er een stevige opluchtingsrally in zit op het moment dat in oktober of december de historische eerste renteverhoging er alsnog komt. Want dat blijft de bedoeling van voorzitster Janet Yellen.Daarnaast zijn er de bedrijfsresultaten. In de loop van het jaar werden de verwachtingen opnieuw getemperd. Voor de bedrijven uit de S&P500-index wordt op 118,3 USD per aandeel winst gerekend, 4,5% meer dan de 113,3 USD per aandeel voor 2014. Een matige winstgroei, met andere woorden, omdat de multinationals meer dan hen lief is last hebben met de sterkere dollar (USD). Het betekent dat de grote Amerikaanse waarden tegen gemiddeld 16,5 keer de verwachte winst voor het boekjaar worden verhandeld. Niet peperduur, maar ook verre van goedkoop, gezien de matige winstgroei.BlessuretijdDe geruststellende verklaringen van Yellen zullen wellicht een herstelbeweging op gang brengen. De hamvraag is hoe duurzaam het herstel zal zijn. De eerste test komt als de index weer boven 2000 punten klimt en later weer de historische piek van 2130 punten zou bereiken. Dat wordt geen vanzelfsprekendheid. Die haussemarkt sinds maart 2009 is 78 maanden oud - tegenover een gemiddelde van 57 maanden tijdens de afgelopen eeuw - en met op de piek een klim van 215% voor de S&P500-index, tegenover een gemiddelde van 165%. We hebben al enkele keren aangegeven dat de onderliggende indicatoren al enige tijd suggereren dat het vet van de soep is op de Amerikaanse beurs. Een ander veeg teken is dat steeds minder aandelen de stijging dragen. De S&P500-index wordt nog overeind gehouden door nieuwe sterren als Netflix (koers +100% dit jaar), Amazon (+75%) en Expedia (+45%), terwijl vele klassieke sterwaarden al geruime tijd op de terugweg zijn, zoals Coca-Cola (-8% dit jaar), Procter & Gamble (-23%), WalMart (-25%) en du Pont (-32%). Nogmaals, dat sluit nog altijd niet uit dat we nog eens de top opzoeken (2130 punten in mei) of zelfs nog een nieuwe top maken. Maar we moeten er rekening mee houden dat de opwaartse tendens op de Amerikaanse beurs zich in blessuretijd kan bevinden. Zeker van nieuwe sterren die weliswaar een sterke omzetgroei realiseren, maar niet of nauwelijks winst maken, kunt u het beste weldra afscheid nemen. Maar algemeen is een verwacht herstel in de komende maanden een kans om posities in Amerikaanse aandelen af te bouwen. Hoe dan ook heeft Europa meer herstelpotentieel.