De maand juli heeft een taxshift ter waarde van 7,2 miljard EUR gebaard. Om de belasting op arbeid goedkoper te maken, gaat de btw op elektriciteit weer naar 21% en stijgen de accijnzen op diesel, alcohol, tabak en ongezonde voeding. Maar zoals gevreesd, worden ook de inkomsten uit vermogen zwaarder belast. Vooreerst wordt de roerende voorheffing - bijvoorbeeld op interesten uit obligaties en dividenden op aandelen - opgetrokken van 25 naar 27%. Wat eigenlijk opnieuw een relatieve stijging met 8% is. Alles wat een lager tarief heeft, blijft behouden; ook de gedeeltelijke vrijstelling van roerende ...

De maand juli heeft een taxshift ter waarde van 7,2 miljard EUR gebaard. Om de belasting op arbeid goedkoper te maken, gaat de btw op elektriciteit weer naar 21% en stijgen de accijnzen op diesel, alcohol, tabak en ongezonde voeding. Maar zoals gevreesd, worden ook de inkomsten uit vermogen zwaarder belast. Vooreerst wordt de roerende voorheffing - bijvoorbeeld op interesten uit obligaties en dividenden op aandelen - opgetrokken van 25 naar 27%. Wat eigenlijk opnieuw een relatieve stijging met 8% is. Alles wat een lager tarief heeft, blijft behouden; ook de gedeeltelijke vrijstelling van roerende voorheffing op interesten van het spaarboekje blijft intact. De verhoging van de roerende voorheffing moet 350 miljoen EUR van de 7,2 miljard EUR voor de taxshift opleveren.De door beleggers meest gevreesde component van de taxshift was een meerwaardebelasting op aandelen. Er hebben verschillende scenario's gecirculeerd. Het vervelende verdict is dat het principe is goedgekeurd dat beleggers vanaf volgend jaar een belasting moeten betalen op de meerwaarde van beursgenoteerde aandelen als ze die binnen de zes maanden na de aankoop weer verkopen. Helaas kunnen we u nog geen praktische details meegeven, maar het lijkt erop dat het tarief 25% (of toch ook 27%?) zal bedragen en dat minwaarden wellicht met de meerwaarden kunnen worden verrekend. Wie dus voor 5000 EUR meerwaarden realiseert, maar anderzijds ook 5000 EUR minwaarden boekt, moet mogelijk geen meerwaardebelasting betalen.Aangepast gedragDe regering verwacht met 28 miljoen EUR alvast geen overweldigende opbrengst van de speculatiebelasting. Dat is al een van de grote problemen voor een jaarlijkse begroting met zo'n vorm van belastingen: de opbrengst per jaar valt niet of nauwelijks te voorspellen. Veel te veel onbekende factoren, zoals uiteraard de prestatie van de aandelenmarkten zelf.Ook kunnen we erop aan dat de Belgen hun beleggingsgedrag zullen aanpassen. Het fenomeen van 'tax loss selling', waarbij op het einde van het jaar verliezen worden genomen op fors gedaalde aandelen, dreigt zich ook hier in mindere mate te manifesteren. Grote beleggers zullen nog meer met buitenlandse makelaars gaan werken, zodat ze aan de speculatiebelasting kunnen ontkomen. Een neveneffect kan ook een verminderd enthousiasme voor beursintroducties zijn. Bij IPO's zijn er zeker beleggers die inschrijven met de bedoeling voor de snelle meerwaarde te gaan, zoals dit jaar bijvoorbeeld bij de beursgang van Biocartis mogelijk was. De kans dat de opbrengst tegenvalt, is dus erg reëel.Al had het zeker erger gekund, toch betreuren we de introductie van de speculatiebelasting. Het beleggen in risicodragend kapitaal wordt andermaal afgeremd in plaats van bevorderd. Het jammerlijkste is dat daarmee het principe van een meerwaardebelasting wordt geïntroduceerd. En de Belgische fiscale geschiedenis leert dat zodra een heffing is ingevoerd, die nog maar moeilijk verdwijnt. Integendeel, ze heeft enkel maar de neiging te worden verhoogd en/of uitgebreid.