Zowel in 2010, 2011 als vorig jaar bereikten de aandelenmarkten in april een tussentijdse piek, om dan in de periode mei-augustus terrein te verliezen en vanaf september tot het einde van het jaar de opgaande tendens te hernemen. De gemiddelde winst in de eerste 4 maanden de jongste jaren bedroeg 8%, dan volgde er een correctie van gemiddeld 7% in de zomermaanden om dan terug 8% te winnen in de periode september-december.
...

Zowel in 2010, 2011 als vorig jaar bereikten de aandelenmarkten in april een tussentijdse piek, om dan in de periode mei-augustus terrein te verliezen en vanaf september tot het einde van het jaar de opgaande tendens te hernemen. De gemiddelde winst in de eerste 4 maanden de jongste jaren bedroeg 8%, dan volgde er een correctie van gemiddeld 7% in de zomermaanden om dan terug 8% te winnen in de periode september-december.Het zou natuurlijk bijzonder straf zijn, mochten we voor het vierde jaar op rij een beurscorrectie krijgen vanaf mei. Na het meevallend banenrapport voor april en het gebrek aan rendabele alternatieven gaan de meeste instellingen ervan uit dat een omvangrijke correctie in deze periode van het jaar niet aan de orde is. Anderzijds was er het matige (Amerikaanse) resultatenseizoen, vooral op het vlak van omzetevolutie. Economisch gezien, blijft Europa zwak, maar ook China is niet denderend en gaat de opleving in de VS met golven. Zowel de S&P500-index als de Stoxx600-index bevinden zich opnieuw op een (jaar)piek na een korte inzinking in eind maart-begin april. En wie het ruimer plaatje sinds 2000 bekijkt zelfs op een drievoudige top voor Wall Street en Frankfurt. De grootste bedreiging voor een verdere stijging is wellicht dat we sinds oktober-november van vorig jaar geen enkele noemenswaardige correctie (meer dan enkele procenten) meer gehad hebben in de States. We volgen het van nabij op. Indien nodig zullen we onze 'bescherming' (tijdelijk) moeten herbekijken. De gevolgde markttechnische indicatoren geven echter absoluut niet aan dat het om een (sterke) doorbraak gaat. Geen ECB-rallyEen grote, enthousiaste reactie op de verlaging door de Europese Centrale Bank (ECB) van de basisrente met 25 basispunten tot 0,50%, een historisch dieptepunt, kwam er in elk geval niet. De renteverlaging was dan ook verwacht en is eerder symbolisch. Het is niet omdat de basisrente té hoog zou zijn dat de eurozone krimpt. Toch had de ECB geen keuze meer, gezien de aanhoudend zwakke macro-economische indicatoren in de eurozone, met zelfs voor Duitsland regelmatig tegenvallende cijfers. Om dan nog maar te zwijgen over de voortdurende bevestigingen van de aanhoudende recessie in Zuid-Europa. Ook de recordwerkloosheid in eurozone (19,2 miljoen tegenwoordig) noopte tot ECB-actie. Bovendien is in april de inflatie in de eurozone gezakt tot 1,2%, het laagste peil in februari 2010. Toch vond niemand dat de ECB een geweldige job heeft gedaan. Het is overduidelijk dat de renteverlaging met 25 basispunten op zich de recessie in de eurozone niet zal beëindigen. De ECB zelf broedt op een plan om de kmo's in de Zuid-Europese landen, zoals Spanje en Italië, te gaan steunen via, bijvoorbeeld, het opkopen van gebundelde kmo-kredieten. Maar er zijn blijkbaar té veel praktische problemen voor de ECB om die 'kmo-bazooka' meteen uit te rollen. ECB-voorzitter Mario Draghi wekte tijdens de persconferentie alleen maar onnodig ophef met de 'open geest' met betrekking tot een negatieve depositorente. De banken, met andere woorden, doen betalen als ze overnacht nog geld willen parkeren bij de ECB.