Een van de vele gevolgen van de oorlog in Oekraïne is inderdaad dat het strategische belang van de Noorse olie- en gasindustrie voor de Europese markt is toegenomen. Dat is uiteraard goed nieuws voor de Noren, hoewel het vinden van afnemers van de productie nog nooit een probleem is geweest. Daarvoor is er sinds 2015, mede onder invloed van de toenemende focus op ESG-normen, wereldwijd chronisch te weinig geïnvesteerd in het zoeken naar nieuwe olie- en gasreserves.
...

Een van de vele gevolgen van de oorlog in Oekraïne is inderdaad dat het strategische belang van de Noorse olie- en gasindustrie voor de Europese markt is toegenomen. Dat is uiteraard goed nieuws voor de Noren, hoewel het vinden van afnemers van de productie nog nooit een probleem is geweest. Daarvoor is er sinds 2015, mede onder invloed van de toenemende focus op ESG-normen, wereldwijd chronisch te weinig geïnvesteerd in het zoeken naar nieuwe olie- en gasreserves. Gezien het belang van de sector voor de Noorse economie, gaf de Noorse overheid al die tijd wel financiële stimulansen om te investeren. Dat bleek opnieuw aan het begin van de covid-19-pandemie, toen de overheid heel snel extra fiscale voordelen invoerde, die de sector aangreep om versneld investeringsbeslissingen te nemen voor het in productie brengen van nieuwe projecten. Die fiscale steunmaatregelen worden nu afgebouwd in het licht van de hoge winsten die de sector momenteel geniet. Het grootste Noorse olie-en gasbedrijf, Equinor (voor 67% in handen van de overheid), schoot vorig jaar de Europese gasmarkt te hulp, om de verminderde invoer van het Russische Gazprom gedeeltelijk op te vangen. Aangezien de gemiddelde dagproductie van 2 miljoen vaten olie-equivalent (bijna 50% van de 4,1 miljoen vaten voor de totale Noorse industrie), al jaren nagenoeg stabiel blijft, gaat het echter louter om een verschuiving tussen afzetmarkten. Vermits er ook geen structurele prijsverschillen bekend zijn tussen de exportlanden is de toename van de Noorse uitvoer van olie en gas naar de Europese markt op zich geen reden om een koersstijging van Equinor en AkerBP te verwachten. Doorslaggevend daarvoor zijn naast bedrijfsspecifieke elementen uiteraard de te verwachten evolutie van de olie- en gasprijzen. Beide aandelen profiteerden van de forse prijsstijgingen vanaf de tweede helft van 2021 tot vorige zomer, maar vielen sindsdien terug naarmate de olie- en vooral de gasprijzen begonnen te zakken. AkerBP noteert intussen 27 procent onder de piek van begin juni 2022 (420,5 Noorse kronen), Equinor 25 procent onder die van augustus (410,95 kronen). Ondanks de al stevige terugval is er nog geen haast om te kopen of bij te kopen. Op de korte termijn is, gezien de recessievrees, een verdere terugval van de olie- en gasprijs zeker niet uitgesloten, al is de recente heropening van de Chinese economie een element dat de wereldwijde vraag zal ondersteunen. We hebben een voorkeur voor de pure olie- en gasproducent AkerBP, dat een beter groeiprofiel heeft vergeleken met Equinor. Zoals elke oliemajor is Equinor volop bezig met het verbreden van de activiteiten met alternatieve energie (voornamelijk zon en wind).Equinor zal tegen 2030 minstens 50 procent van de kapitaalsinvesteringen in alternatieve energie besteden. Beide aandelen presteerden de voorbije jaren grotendeels gelijk tot juni 2022. AkerBP had daarna enkele maanden last van verkoopdruk door de overname van Lundin Energy, maar knabbelde intussen het grootste deel van die achterstand weg. Voorlopig zijn Equinor (rating 2A) en AkerBP (rating 2B) te behouden. Voor een koopadvies mikken we idealiter op een terugval richting 260 Noorse kronen voor AkerBP en zelfs richting 220 kronen voor Equinor.